Gedichtendag 2010


gedichtendag
Je kunt me vandaag blij maken met een badkamer- of toiletgedicht. Voor huiskamer, keuken en slaapkamers ben ik ‘gesteld’. Een taaie punaise in mijn keuken doorprikt al jaren een krantenvodje met een gedicht van, naar de stijl te oordelen, Herman De Coninck. Frietgeuren en afwaspoeder hebben zich in de verzen genesteld.  Terwijl ik mijn handen afdroog aan mijn kookschort, laten ze zich gewillig lezen. Poëzie is verdraagzaam.
Een Nederlands gedicht met de zangerige cadans van een Arabisch Koranvers prijkt ingekaderd boven de ladekast in de salon. Het is dan ook gemaakt door iemand die opgroeide in Arabisch gefluister en gejoel. De slaapkamer is verheugd met een abecedarium of abc-gedicht, waaruit liefde spreekt als ware er geen ‘chagrin d’amour‘. En in het slaapparadijs van de kids keilt Frank Adam, die door de band erotische fabels spuit,  zijn steentje in de eeuwige poel der wanorde met de dichtbundel Mijn mond eet graag spinazie maar ik niet. In mijn werkkamer ten slotte, torenen de versregels in numeriek opzicht hoog boven het aantal zielen dat ooit het kamertje betrad.

Resten nog de ontbrekende verzen in de sanitaire ruimten van het huis. Een sms-gedicht zou er misschien niet misstaan. Iets als: kk of pp? w8 ni, spl mr dr, it ’s a gr8 plc. ;-)

Buurman-moordenaar

Ik zette er even stevig de tanden in. In een stuk over het budget van de gemeente waarvoor ik het infoblad maak. Je komt er woorden tegen als ‘overdrachtsinkomsten’, wat zoveel betekent als belastinginkomsten. Je vertoeft er tussen aanslagvoeten, opcentiemen en toezichthoudende overheden. Woorden die wat klinken als bestofte kartonnen dozen in mijn kelder.
Ondertussen is onze taal weer enkele woorden rijker. Je kent toch wel de ‘buurman-moordenaar? Maar je komt hem natuurlijk liever niet tegen. Dat specimen kan het rijtje vervoegen van de samenstellingen met twee gelijkwaardige delen waarvan de termen verwisselbaar zijn. Op gelijke voet met de bank-verzekeraar  of de dichter-journalist. Nog een mooie, weerom een samenstelling, is de ‘haastbeslissing’. Daaruit straalt zo veel naturel, versgeplukt uit de frisgroene mond van een of ander minister met tijdsgebrek.
Ik spoed me maar het weekend in. Met grote haast. Want het wacht niet.